Door wie in het Nieuwe Testament weten we dat Mozes veertig jaar oud was toen hij wegvluchtte uit Egypte naar Midjan, en dat hij in Midjan ook veertig jaar verbleef?
In zijn toespraak vóórdat hij gestenigd wordt vertelt Stefanus de geschiedenis van Israël en noemt details die niet in het Oude Testament staan.
Het volk Israël kan niet zomaar het beloofde land binnengaan. Er zijn volken die de Israëlieten vijandig gezind zijn, zoals de Amorieten en de inwoners van Basan. Deze volken worden verslagen.
Welk volk is daarna hun tegenstander?
In Numeri 22 staat de geschiedenis van Balak, de koning van Moab, die bang is voor Israël en een profeet vraagt het volk te vervloeken.
Jesaja 55 is een Bijbelgedeelte over het nieuwe verbond van God met het volk Israël.
Wat wordt in dit gedeelte niet gezegd?
Bij God is overvloed zonder dat je hoeft te betalen. Hij sluit met zijn volk een eeuwigdurend verbond uit liefde, ze hoeven alleen maar naar Hem toe te gaan.
In Hebreeën 3 staat: "De heilige Geest zegt immers: ‘Horen jullie vandaag zijn stem, wees dan niet halsstarrig, als tijdens de opstand, ten tijde van de beproeving in de woestijn, waar jullie voorouders Mij op de proef stelden en tartten, al hadden ze mijn daden gezien, veertig jaar lang. Daarom wekten zij mijn toorn, Ik zei: “Altijd weer dwaalt hun hart, mijn wegen kennen ze niet.” En in mijn toorn heb Ik gezworen: “Nooit zullen ze mijn rust binnengaan.”’
Uit welke psalm is dit een citaat?
De Bijbel zegt: "Ja, Hij is onze God en wij zijn het volk dat Hij hoedt, de kudde door zijn hand geleid. Luister vandaag naar zijn stem: ‘Wees niet halsstarrig als bij Meriba, als die dag bij Massa, in de woestijn, toen jullie voorouders Mij op de proef stelden, Mij tartten, al hadden ze mijn daden gezien. Veertig jaar voelde Ik weerzin tegen hen. Ik zei: “Het is een stuurloos volk dat mijn wegen niet wil kennen.” En Ik zwoer in mijn woede: “Nooit gaan zij mijn rustplaats binnen!”’ (Psalm 95:7-11.)