David, de tweede koning van Israël, wil voor God een huis bouwen.
Wat zegt God dan tegen David?
David mag de bouw van de tempel wel voorbereiden, maar hij mag niet zelf bouwen omdat hij te veel bloed heeft vergoten. Zijn zoon Salomo mag de stenen tempel bouwen.
In zijn gebed bij de inwijding van de tempel zegt Salomo: "Zou God werkelijk op aarde kunnen wonen? Zelfs de hoogste hemel kan U niet bevatten, laat staan dit huis dat ik voor U heb gebouwd." (1 Koningen 8:27).
God zegt tegen Mozes: "Ik zal te midden van de Israëlieten wonen, en Ik zal hun God zijn." (Exodus 29:45).
En in Efeziërs 3:17 staat: "zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart."
De Psalmen zijn geschreven door verschillende auteurs, van wie David de bekendste is. De zondaar en de rechtvaardige worden in psalm 37 allebei langs Gods meetlat gelegd.
Een tegenstelling die in deze psalm gebruikt wordt is: "Beter het weinige dat een rechtvaardige heeft dan ........ ."
Tegenstellingen zijn twee uitersten van elkaar. Hier in psalm 37 staat: "Beter het weinige dat een rechtvaardige heeft dan de rijkdom van talloze zondaars."
Na de vier evangeliën in het Nieuwe Testament, volgt het Bijbelboek Handelingen. Hierin wordt het doen en laten van de apostelen, na de hemelvaart van Jezus, beschreven.
Wie is de auteur van het boek Handelingen?
In de aanhef van De Handelingen van de Apostelen staat: "Het tweede boek van Lucas."
Bij het evangelie van Lucas staat: "Het eerste boek van Lucas."
NB: Niet elke Bijbelvertaling vermeldt dit, maar wel dat de schrijver zich in beide boeken richt tot Theofilus.
Hoe zal de Heer volgens Openbaring 1 terugkomen op aarde?
"Hij komt met de wolken, en dan zal iedereen Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben. Alle volken op aarde zullen over Hem weeklagen. Ja, amen."