|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
In de ark van het verbond met de HEER liggen de stenen platen met de tien geboden. De ark bevindt zich in het heiligdom van de HEER (de tabernakel), in het gedeelte dat het allerheiligste (het heilige der heiligen) wordt genoemd.
Aan wie heeft God de opdracht gegeven om deze ark te maken?
God wil bij de mensen wonen en heeft Israël uitgekozen om zijn volk te zijn. Toen het volk onder leiding van Mozes uit Egypte was verlost en rondtrok in de woestijn leerden de Israëlieten hoe zij God moesten dienen. God gaf hun de wet, de tien geboden, op stenen platen ('stenen tafelen'), die in de ark van het verbond bewaard werden. Zie Exodus 25:10-22.
Noach kreeg van God de opdracht een vaartuig (ook ark genoemd) te maken waarin hij, zijn familie en alle dieren die bij hen waren de zondvloed konden overleven. Salomo werd door God uitgekozen om de tempel te bouwen.
De Psalmen zijn geschreven door verschillende auteurs van wie David de bekendste is. David heeft een bijzondere relatie met God en dit komt in de psalmen tot uiting.
In een van de psalmen bidt David meerdere malen tot God.
Op welke momenten doet hij dit?
David bidt, omdat hij een grote nood heeft, in Psalm 55 drie keer per dag tot God. In de morgen, in de middag en in de avond.
In het Bijbelboek Handelingen wordt het doen en laten van de apostelen, na de hemelvaart van Jezus, beschreven. Een van hen, Stefanus, getuigt van zijn Heer en wordt daarom gestenigd.
Wie moet er op de kleding passen van hen, die Stefanus stenigen?
In de Bijbel staat dat degenen die Stefanus stenigden hun mantel in bewaring gaven bij een jongeman die Saulus heette (Handelingen 7:58).
Matteüs was een tollenaar en werd een leerling van Jezus (Matteüs 10:1-3).
Judas is de leerling, die Jezus heeft verraden (Johannes 18:2).
Gamaliël is de leermeester van Paulus (Handelingen 22:3).
In het Bijbelboek Openbaring staat in hoofdstuk 2 en 3 telkens: "Wie oren heeft ........ ."
Hoofdstuk 2:7 zegt: "Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal Ik laten eten van de levensboom die in Gods paradijs staat.”
Vers 11:" Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal van de tweede dood geen schade ondervinden.”
Vers 17: "Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal Ik van het verborgen manna geven, en ook een wit steentje waarop een nieuwe naam staat, die niemand kent behalve degene die het ontvangt.”

© 2015 - Martin van Toll Producties |