Het volk Israël heeft vaak te maken gehad met vijandelijke volken die het hen heel moeilijk maakten.
Als Gideon rechter (richter) is, zijn het de ........ die jaar in jaar uit het land plunderen.
De Midjanieten (Midianieten) worden door Gideon en zijn leger van slechts 300 man weggejaagd (Rechters 6 en 7).
Met name Simson ging de strijd aan tegen de Filistijnen (Rechters 13 e.v.), maar ook David stond tegenover een Filistijn: de reus Goliat (1 Samuel 17).
De Israëlieten werkten als slaven voor de Egyptenaren en God bevrijdde hen door Mozes (Exodus e.v.).
In het boek Spreuken staan mooie uitspraken van Salomo, zoals:
"Huis en have erf je van je voorouders, maar ........ krijg je van de HEER.”
Salomo zegt dat een vrouw met inzicht (andere vertaling: een verstandige vrouw) door God gegeven is.
Daarbij dient bedacht te worden dat 'verstandig' of 'wijs' in de Bijbel altijd te maken heeft met 'God liefhebben'.
Johannes de Doper doopt bij de Jordaan. Priesters en Levieten komen ook naar hem toe met de vraag: "Wie bent u?"
Wat antwoordt Johannes?
Johannes beantwoordt hun vraag met de opmerking dat hij niet de Messias is, niet Elia en niet de profeet, maar 'de stem die roept in de woestijn.' (Johannes 1:19-23).
In de gemeente van Korinte was verschil van mening over wat je wel of niet eten of drinken mocht. Paulus gaf als vuistregel: "Dus of u nu eet of drinkt of iets anders doet, ........ ."
In 1 Korintiërs 10:31 staat: "Dus of u nu eet of drinkt of iets anders doet, doe alles ter ere van God."