|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Isaak woonde een tijd in de stad Gerar en in die tijd was er ruzie tussen Isaak en de mannen van Gerar.
Waar ging die ruzie over?
De profeet Ezechiël moet regelmatig namens God spreken. Hij moet bijvoorbeeld een dodenklacht aanheffen en zeggen: "Alle volken die je kenden staan verbijsterd over je lot; je bent een schrikbeeld geworden, tot in eeuwigheid zul je er niet meer zijn."
Tegen wie zegt hij dat?
Zowel Ezechiël als Daniël ziet achter aardse machthebbers ook geestelijk machten schuilgaan. Ezechiël moet deze dodenklacht aanheffen tegen de koning van Tyrus. Maar wie is dat?
Tyrus (een havenstad in Fenicië ten noorden van Israël) wordt zelf aangesproken in Ezechiël 27:32-26. Daarna wordt de vorst of prins van Tyrus aangesproken in hoofdstuk 28:1-10, maar er blijkt een nog 'hoger' kwaad verborgen te zijn in de geestelijke wereld. Daarom moet Ezechiël tenslotte deze dodenklacht profeteren tegen de 'koning van Tyrus' en daarmee wordt de duivel, satan zelf, bedoeld zoals afgeleid kan worden uit de uitdrukking: dat hij 'in de tuin van Eden heeft geleefd'.
Cornelius is een van de inwoners van Caesarea. Hij is een centurio van het Italiaanse cohort.
Hoe wordt Cornelius als eerste aan ons voorgesteld?
Cornelius wordt aan ons voorgesteld als een vroom man die God vereert. Zie Hand. 10:1 en 2.
In het evangelie volgens Johannes zegt Jezus: "Wanneer Hij komt (de pleitbezorger) zal Hij de wereld duidelijk maken wat ........ is.
Het naar de aarde komen van de heilige Geest als pleitbezorger zou drievoudig bewijs leveren in een pleidooi aan de hele wereld:
1. dat het niet geloven van de Here Jezus zonde is.
2. dat Christus gerechtvaardigd was door de Vader.
3. dat het overwinnend oordeel over Satan, de overste van deze wereld voltrokken was.

© 2015 - Martin van Toll Producties |