|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
De farao van Egypte laat Sarai overbrengen naar zijn paleis omdat hij haar een bijzonder mooie vrouw vindt. De HEER treft de farao en zijn hof met zware plagen.
De farao laat Abram bij zich roepen en zegt: ........ .
Sarai was een bijzonder mooie vrouw en Abram was bang dat de Egyptenaren hem zouden doden omdat ze zijn vrouw wilden hebben.
Omdat de farao gehoord had dat het zijn zus was, ontbood hij haar in zijn paleis. Hij overlaadde Abram met geschenken, maar de HEER trof de farao en zijn hof met zware oordelen. Zie Gen. 12:10-18.
Wat gebeurt er, volgens de dichter, met de mens die oprechte mensen op het slechte pad brengt?
Spreuken 28:10 zegt: "Wie oprechte mensen op het slechte pad brengt, komt in zijn eigen val terecht."
De hogepriesters en schriftgeleerden zijn verontwaardigd als zij zien welke wonderen Jezus verricht en als zij de mensen die voor Hem uit lopen en achter Hem aan komen luidkeels horen roepen.
Als Jezus op een ezel Jeruzalem binnenrijdt, raakt de hele stad in rep en roer.
Welke vraag houdt de mensen bezig?
Toen Hij Jeruzalem binnenging, raakte de hele stad in rep en roer. ‘Wie is die man?’ wilde men weten. Zie Matteüs 21:10.
Paulus schrijft in de brief aan de Tessalonicenzen dat hij besluit Timoteüs naar hen toe te sturen. Hij wil graag weten of zij weerstand kunnen bieden tegen de verleider die hen uit het veld probeert te slaan door middel van tegenspoed.
Met welk bericht keert Timoteüs terug naar Paulus?
Timoteüs had een goed bericht voor Paulus. Hij trof de gelovigen, ondanks de tegenspoed, aan in geloof en liefde tot elkaar en met een verlangen om Paulus te ontmoeten (1 Tess. 3:6).

© 2015 - Martin van Toll Producties |