2703 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
In Deuteronomium staan de wetten die het volk Israël van God heeft gekregen. Daar zijn ook voorschriften bij over het omgaan met de volken die ze op de vlucht hebben gejaagd.
Wat mag het volk van Israel NIET doen met deze volken?
In Deuteronomium 7:2 en 3 staat: "U mag geen vredesverdrag met hen sluiten en hen niet sparen. Sluit ook geen huwelijken met hen; geef uw dochter niet tot vrouw aan een van hun zonen en zoek bij hen geen vrouw voor uw eigen zoon."
De schrijver van het Bijbelboek Spreuken roept op om de armen te beschermen. Hij zegt: "Steel niet van een arme, hij is al arm genoeg. Vertrap een behoeftige niet als hij terechtstaat in de poort."
Wie verdedigt hun rechten?
Spreuken 22:23 zegt dat de HEER de rechten van de arme en de behoeftige zal verdedigen, wie hen beroven, zal Hij van het leven beroven.
Ook psalm 146 spreekt over de bescherming van de armen door God.
In het evangelie volgens Lucas staat: "Jezus ging ........ in en trok door de stad. Er was daar een man die Zacheüs heette. Deze Zacheüs was hoofdtollenaar, en hij was erg rijk."
Zacheüs was een tollenaar uit Jericho die in een vijgenboom klom om Jezus te kunnen zien. Hij werd vervolgens door Jezus aangesproken.
In Hebreeën 7 staat dat Jezus niet tot de stam van priesters en Levieten behoorde, die door God waren aangesteld tot de dienst van het altaar.
Tot welke stam behoorde Jezus dan wel?
Jezus is volgens de evangeliën Matteüs en Lucas afstammeling van David, uit de stam van Juda (Hebreeën 7:11-14 en Openbaring 5:5).
© 2015 - Martin van Toll Producties |