|
2733 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
De profeet Bileam lijkt vroom, maar in Judas (vers 11) wordt vermeld dat geld zijn motief was. Hiertegen wordt gewaarschuwd.
Aan welke profeet in het Bijbelboek 2 Koningen wordt ook geld aangeboden voor zijn dienst als profeet?
Naäman wil, na zijn genezing, Elisa belonen, maar de profeet weigert dit. De knecht van Elisa, Gechazi, kan de verleiding echter niet weerstaan en pleegt bedrog om het geld. Elisa doorziet alles, Gechazi wordt gestraft met de huidziekte van Naäman.
Ook bij een andere geschiedenis met een zieke koning wordt Elisa tegemoet getreden met geschenken: bij Benhadad in Damascus (2 Koningen 8:7-9).
Profeten moeten profeteren, niet profiteren.
Op welke manier wordt de toekenning van de woonplaatsen van de families in Jeruzalem of in de steden vastgesteld in het Bijbelboek Nehemia?
Wel mochten families op basis van vrijwilligheid zich in Jeruzalem vestigen. Kennelijk was het destijds voor de agrarische bevolking niet populair om in de stad Jeruzalem te gaan wonen. Om de stad toch te vullen werd 1 op de 10 uitgeloot om in de stad te gaan wonen. Als iemand deze 'plicht' vrijwillig op zich nam was dat reden voor veel vreugde onder de anderen.
Aan het begin van Marcus 7 reageert Jezus op de farizeeën en schriftgeleerden die commentaar hebben op het eten van Jezus' leerlingen. In dat gesprek gebruikt hij het woord 'korban'.
Wat betekent dit?
Korban betekent: 'Iets toezeggen, toewijden als belofte aan de tempel'. Sommige farizeeën kozen ervoor hun geld of goederen toe te zeggen als offerande aan de tempel, liever dan dat geld of goed te gebruiken voor hun ouders. Het effect was dat deze ouders in hun ouderdom gebrek leden terwijl hun kinderen goede sier in de tempel maakten met hun (toezegging van) rijke offergaven.
Dit was misbruik maken van 'korban' volgens Jezus.
Petrus en Johannes worden verhoord door de geestelijke leiders.
Nadat ze hen in het midden hebben laten plaatsnemen beginnen ze met het verhoor.
Met welke vraag wordt dit verhoor geopend?
In Hand. 4:7 staat: "Ze lieten Petrus en Johannes voorkomen en begonnen het verhoor met de vraag: ‘Door welke kracht of in wiens naam hebt u die daad verricht?’"

© 2015 - Martin van Toll Producties |