4553 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


Nieuwe Testament | 1+2 Tessalonicenzen


1 Thessalonicenzen - Kernpunten

  • Doel: De christenen in Thessalonica te versterken in hun geloof en hun de zekerheid te geven dat Christus zal terugkeren.
  • Schrijver: Paulus
  • Geschreven voor: De gemeente in Thessalonica en alle gelovigen elders.
  • Datering: Rond het jaar 51 vanuit Korinthe; dit is één van Paulus’ eerste brieven.
  • Achtergrond: De gemeente in Thessalonica was erg jong en bestond pas 2 à 3 jaar, toen deze brief werd geschreven. De plaatselijke christenen moesten nog groeien in hun geloof. Bovendien bestond er een misverstand over de wederkomst van Christus: sommigen dachten dat Hij al snel direct zou terugkomen en anderen vroegen zich af of overleden mensen een lichamelijke opstanding zullen meemaken bij zijn wederkomst.
  • Sleutelvers: "Want zoals wij geloven dat Jezus na zijn dood weer levend is geworden, geloven wij ook dat God de gestorven christenen met Christus zal laten terugkomen." (4:14)
  • Hoofdpersonen: Paulus, Timotheüs en Silas.
  • Belangrijke plaatsen: Thessalonica
  • Bijzonderheden: Paulus ontving van Timotheüs een positief verslag over de gemeente in Thessalonica. Desondanks schreef hij deze brief om misverstanden over de opstanding en de wederkomst van Christus uit de wereld te helpen.


1 Thessalonicenzen in vogelvlucht
Zij lopen langzaam; bladeren dwarrelen onder hun voeten op en het gras wordt vertrapt onder zware, afgemeten stappen. De woorden van de predikant klinken nog in hun oren na en de dragers lopen in de richting van die vreselijke plaats.


Daar staat de kist waarin hun geliefde ligt, klaar om met aarde bedekt te worden. De dood, die vijand, heeft vele hechte verbintenissen tussen familie en vrienden verbroken; wat bleef, waren slechts herinneringen en tranen.


Maar, alsof een gouden zonnestraal door de winterhemel heen breekt, zo verdrijft één enkele waarheid de benauwende duisternis…de dood is niet het einde! Christus heeft de dood overwonnen en dankzij Hem verwachten wij de opstanding.


In de eerste eeuw werden veel christenen vervolgd. Veelal door toedoen van fanatieke Joden, zoals Paulus voordat hij tot geloof kwam, boze Grieken of gewetenloze Romeinse autoriteiten. Zij werden bedreigd met steniging, slaag, kruisiging, marteling en dood.
Volgeling van Christus zijn, betekende alles te willen opofferen om Hem te volgen.

Toen Paulus op zijn tweede zendingsreis (rond het jaar 51) de gemeente in Thessalonica stichtte, had hij ook met vervolging te maken. Korte tijd later schreef hij deze brief als een bemoediging voor de jonge gelovigen in die gemeente. Hij wilde hun verzekeren van zijn liefde, hen prijzen voor hun trouw te midden van vervolging en hen herinneren aan hun verwachting – de zekere terugkomst van hun Here en Heiland, Jezus Christus.


Paulus begint zijn brief met een belofte en dankt God voor het geloof en de goede naam, die de Thessalonicenzen hebben (1:1-10). Dan kijkt hij terug op de goede verstandhouding die hij met hen had tijdens zijn bezoek – hoe hij en zijn metgezellen hun het Evangelie brachten (2:1-12), hoe de Thessalonicenzen die boodschap aanvaardden (2:13-16) en hoe hij er nu naar verlangt bij hen te zijn (2:17-20).


Paulus’ bezorgdheid om de Thessalonicenzen werd zelfs zo groot, dat hij Timotheüs stuurde om hen te versterken in hun geloof (3:1-13). Dan noemt Paulus de kern van zijn boodschap – bemoediging en troost. Hij moedigt de Thessalonicenzen aan in hun dagelijkse leven naar Gods wil te leven, alle seksuele zonden uit de weg te gaan (4:1-8), van elkaar te houden (4:9, 10) en te leven als goede burgers in een zondige wereld (4:11, 12).


Paulus troost de Thessalonicenzen door hen te herinneren aan de hoop op de opstanding (4:13-18). Hij waarschuwt dat zij voortdurend klaar moeten zijn, omdat Jezus Christus elk moment kan terugkomen. En als Christus terugkomt, worden de nog levende christenen, en die gestorven zijn, opgewekt tot een nieuw leven (5:1-11).


Hoe de Thessalonicenzen zich op de terugkomst van Christus moeten voorbereiden, vertelt Paulus hun ook: zij moeten luie mensen waarschuwen (5:14), de angstigen troosten (5:14), voor de zwakken zorgen (5:14), geduld hebben met iedereen (5:14), goed zijn voor iedereen (5:15), altijd blij zijn (5:16), bidden zonder ophouden (5:17), onder alle omstandigheden dankbaar zijn (5:18), alles wat hun wordt geleerd toetsen (5:20, 21) en zich onthouden van alles wat verkeerd is (5:22). Paulus besluit zijn brief met twee zegeningen en het verzoek voor hem te bidden.


Als je deze brief leest, moet je goed letten op de praktische adviezen die Paulus geeft voor het christenleven. En ben je eens erg verdrietig, put dan moed uit het feit dat Christus terugkomt, dat er een opstanding zal komen en dat ook aan jou eeuwig leven is beloofd!

 

 

2 Thessalonicenzen - Kernpunten

  • Doel: Een einde maken aan de verwarring rond de wederkomst van Christus.
  • Schrijver: Paulus
  • Geschreven voor: De gemeente in Thessalonica en alle gelovigen elders.
  • Datering: Het jaar 51 of 52, gescheven vanuit Korinthe, enkele maanden na het schrijven van de eerste brief aan de Thessalonicenzen.
  • Achtergrond: Veel mensen in de gemeente waren in verwarring over het tijdstip van Jezus’ terugkeer. Door de groeiende vervolging waren zij ervan overtuigd dat de ‘dag van de Here’ niet ver meer kon zijn en zij vatten Paulus’ eerste brief op als een aankondiging van de spoedige wederkomst. Dat misverstand werkte in de hand dat velen lui werden en een ongeregeld leven gingen leiden met het excuus dat zij wachtten op de terugkeer van Christus.
  • Sleutelvers: "De Here moge u een steeds beter begrip geven van Gods liefde en Christus’ geduld." (3:5)
  • Hoofdpersonen: Paulus, Silas en Timotheüs.
  • Belangrijke plaatsen: Thessalonica
  • Bijzonderheden: Deze brief is een vervolg op 1 Thessalonicenzen. Paulus geeft een opsomming van gebeurtenissen die aan de wederkomst van Christus zullen voorafgaan.

2 Thessalonicenzen in vogelvlucht
Ook al worden ze duidelijk uitgesproken of opgeschreven, toch kunnen woorden gemakkelijk verkeerd worden begrepen; vooral als ze worden gefilterd door een zeef van vooroordelen.


Paulus kwam dit probleem tegen bij de Thessalonicenzen. Hij had hun geschreven om hen te helpen groeien in het geloof en troostte en bemoedigde hen door op de zekerheid van Christus’ wederkomst te wijzen. Een paar maanden later kwam echter bericht uit Thessalonica dat sommigen zijn onderwijs over de wederkomst verkeerd hadden begrepen. Zijn aankondiging dat Christus elk moment kon terugkomen, had enkelen ertoe gebracht hun werk neer te leggen en alleen nog maar te wachten. Zij motiveerden hun inactieve leefwijze vanuit het onderwijs van Paulus. Dit vuurtje werd nog eens opgestookt door de voortdurende vervolging, waaraan de gemeente blootstond. Velen dachten dat de ‘dag van de Here’ al echt was aangebroken.


Paulus reageerde snel en stuurde een tweede brief naar deze jonge gemeente. Hierin gaf hij verdere aanwijzingen voor de terugkomst en de dag van de Here (2:1, 2).
Zo borduurt 2 Thessalonicenzen voort op 1 Thessalonicenzen en is de brief een oproep voor blijvende moed en evenwichtig gedrag.


Paulus begint de brief op de bekende wijze, met een persoonlijke groet en dankbaarheid voor hun geloof (1:1-3). Hij spreekt over hun geduld onder zware druk en grote problemen (1:4) en gebruikt dat geduld als opstap naar het onderwerp van de wederkomst van Christus.


Op zijn tijd zal Christus de lijdende rechtvaardigen recht verschaffen en de zondaars straffen (1:5-12).


Vervolgens gaat Paulus in op het misverstand over het tijdstip van de gebeurtenissen in de eindtijd. Hij waarschuwt niet te luisteren naar geruchten en berichten dat de dag van de Here al zou zijn aangebroken (2:1, 2), omdat voor zijn terugkeer een aantal gebeurtenissen moet plaatsvinden (2:3-12). In de tussentijd moeten de gelovigen pal staan vóór Christus’ waarheid (2:13-15), zich vasthouden aan Gods troost en hoop (2:16, 17), bidden om kracht en verspreiding van het Evangelie (3:1-5) en mensen die niet meer willen werken, waarschuwen (3:6-15).


Paulus besluit met een persoonlijke groet en een zegen (3:16-18). Bijna 2000 jaar later staan wij veel dichter bij het moment van de terugkomst van Christus; maar ook wij zouden fout handelen als zijn terugkeer voor ons reden was de handen in de schoot te leggen en afwachtend naar de hemel te staren. Gereed zijn voor zijn terugkomst, betekent dat het Evangelie wordt verspreid, mensen in nood worden geholpen en de Gemeente, zijn lichaam, wordt opgebouwd.


Als jij 2 Thessalonicenzen leest, wees je dan bewust van de zekerheid van zijn terugkomst en van jouw verantwoordelijkheid om voor Hem te leven tot die grote dag aanbreekt.

 

 

Met toestemming overgenomen van Royal Jongbloed uit Het Boek © 2008 Biblica. All rights reserved.









Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  Beter Bijbel  

© 2015 - Martin van Toll Producties
en watzegtdebijbel.nl